Oudere nieuwsberichten



Bron: Financieel Dagblad / 28 januari 2013

Ga ik naar de rechter of naar een bemiddelaar?

Ondernemers in een conflict hebben een keuze: maak ik de gang naar de rechter of probeer ik de zaak via een mediator te schikken?

Herman Doeleman, advocaat-mediator en partner bij Höcker Advocaten in Amsterdam, zegt hierover:

Het fenomeen mediation is in de jaren negentig vanuit de Verenigde Staten overgewaaid. Nederlandse multinationals die daar actief waren, merkten dat conflicten door het inschakelen van een bemiddelaar veel sneller en tegen veel lagere kosten kunnen worden opgelost. Ze begonnen hun ervaringen hier ook toe te passen.”

“Op initiatief van een aantal grote Nederlandse bedrijven en advocaten­kantoren plus het VNO-NCW is in 1998 het ADR Centrum voor het Bedrijfsleven opgericht, waarbij de afkorting staat voor ‘alternative dispute resolution’. Deze organisatie is begonnen met een beroepsopleiding. Als advocaat zag ik meteen de voordelen van mediation. Ik was een van de eersten die de beroepsopleiding tot mediator volgden en ben sindsdien als bemiddelaar actief.”

“Mediation is in mijn ervaring vaak verkiesbaar boven een gang naar de rechter. In de eerste plaats scheelt het dus tijd en geld. Het is sneller en goedkoper dan een rechtszaak. Het via een bemiddelaar zoeken naar een minnelijke oplossing heeft ook als voordeel dat partijen de relatie intact kunnen houden. Ze doen meestal al langer zaken, en een gang naar de rechter kan ertoe leiden dat de relatie wordt verbroken.”

“Een voordeel is bovendien dat partijen afspreken om strikte vertrouwelijkheid te betrachten. Dat stelt ze in staat om het achterste van hun tong te laten zien. Zo komen ze tot een compromis. Als mediator hoef je bovendien geen hoor en wederhoor te plegen, zoals de rechter dat wel moet doen.”

“Mediation werkt niet altijd. Het is mogelijk dat partijen een principieel standpunt innemen. Dat zie je bijvoorbeeld in conflicten over intellectueel eigendom, als de rechthebbende zijn rechten wil handhaven als waarschuwing voor derden. Dat kan dan een goede reden zijn waarom de rechter een uitspraak doet.”

“Een bemiddelaar kan ook weinig uitrichten als de personen in kwestie zich zo gedragen dat ze in feite onbemiddelbaar zijn. Bijvoorbeeld als ze niet geneigd zijn om water bij de wijn te doen. Om mediation te laten slagen, zullen partijen ook aan het belang van de tegenpartij moeten denken. Uiteindelijk zullen ze samen tot een compromis moeten komen.
 

Caspar Stuyling de Lange, zelfstandig fusie- en overnamebemiddelaar en mediator, is van mening:

“Er is naar mijn mening een enorm grote markt voor mediation, alleen weten marktpartijen dit nog niet. Anders gezegd: ik vind dat partijen die in een conflict verzeild zijn geraakt, nog veel te snel naar de rechter stappen.”

“De gang naar de rechter biedt in de ogen van veel mensen voordelen: het is anoniem, in die zin dat je geen openheid hoeft te betrachten over wat je problemen nu écht zijn. Bij mediation moet je met de billen bloot.”

“Dat zie je bijvoorbeeld bij familiebedrijven. Die zijn ijzersterk als het goed gaat, kwetsbaar als het slecht gaat. Families waar ruzie wordt gemaakt, kunnen zeer veel moeite hebben om een bemiddelaar in te schakelen. Ze hebben het gevoel dat ze de vuile was buiten moeten hangen.”

“Mediation heeft een goede kans van slagen als partijen de bereidheid hebben om het conflict gezamenlijk op te lossen. Dan kan het veel goedkoper en sneller zijn dan een rechtsgang. De zaken waarbij ik ben betrokken, duren een week of vier. Mediation heeft geen zin als het conflict te ver is geëscaleerd. Als partijen niet meer on speakings terms zijn, kan een mediator weinig betekenen.”

“Ik ben al bijna twintig jaar actief als onafhankelijk fusie- en overnameadviseur en ben in die hoedanigheid ook wel gevraagd om bij conflictsituaties te adviseren. Vorig jaar heb ik de beroepsopleiding tot geregistreerd mediator afgerond bij het NMI, het Nederlands Mediation Instituut, en sindsdien word ik ook als onafhankelijk bemiddelaar ingeschakeld.”

“Ik geloof in gespecialiseerde mediators. Je moet als bemiddelaar gezaghebbend kunnen optreden en daarvoor moet je over inhoudelijke deskundigheid beschikken. Ik richt mij op conflicten rond fusies en overnames van organisaties. Het gaat om conflicten tussen aandeelhouders, tussen directies en raden van commissarissen, en tussen directies en ondernemingsraden. Partijen moeten mij niet vragen bij een ruzie over een verzekering.”

“Er zijn verschillende stromingen waar te nemen in de taakopvatting van de mediator. De faciliterende bemiddelaar houdt zich vooral met het proces bezig. Dat is de stijl die vooropstaat bij de beroepsopleidingen in Nederland. Een evaluatieve mediator maakt meer gebruik van zijn vakinhoudelijke kennis. Ik geloof dat een combinatie van deze opvattingen de beste resultaten oplevert.”
 

Zie het artikel in het Financieel Dagblad

School voor Mediation

Mediation nieuws